Ademhaling

Bij het zingen is eigenlijk alleen de uitademing heel belangrijk!
Met de uitademing wordt de klank gemaakt.
Nu zullen bij het lezen van bovenstaande zinnen de wenkbrauwen al vragend omhoog zijn geschoten, want als men toch iets van zingen weet dan is het toch altijd ‘buik naar voren’ of ‘flanken breed’ of ‘snuiven door de neus’ of ‘happen met je mond’ enz.

Dat is natuurlijk allemaal waar, alleen . . . . . .
de inademing begint met een uitademing!

Blaas je longen maar eens helemaal leeg en zet vervolgens je keel/neus open, dan stroomt de lucht automatisch naar binnen.
Bijna altijd zelfs op de juiste manier, namelijk doordat de buikwand naar voren komt. Gebeurt dat niet probeer het dan nog maar eens terwijl je een beetje voorover gaat zitten. Na het uitblazen nog even wachten met inademen, dan de mond opendoet om, alsof je voor een duik in het water nog gauw een teug lucht neemt. Tijdens deze inademing je een klein beetje weer oprichten en je voelt je buik uitzetten.
Bovenstaande manier van ademhalen zal altijd onhoorbaar zijn en heel snel gaan. Dit noemt men de buikademhaling. (Door het vacuüm dat ontstaat als de samengetrokken longen zich weer spreiden, stroomt automatisch de lucht naar binnen.)
Bij de borstademhaling die onhandig is bij het zingen, gaat de inademing als volgt.
De lucht wordt naar binnen gezogen, vult de bovenste gedeeltes van de longen, en wordt dan door de nog meer aangezogen lucht naar beneden gedrukt. Zo duurt het veel langer voor de longen zich (meestal ook nog niet helemaal) gevuld hebben.

Longen

Door de buikspieren aan te trekken drukt het middenrif lucht uit de longen. Ook de ribben trekken iets samen. (de flanken worden smaller) Wanneer daarna het middenrif zich ontspant / uitstrekt komt de buikwand naar voren en de flanken naar buiten. De grotere omvang van de longen maakt dat de luchtdruk in de longen lager wordt dan buiten de longen. Bij het openen van de toegang naar de longen (Neus en/of mond) zal de lucht dus naar binnen stromen om de druk weer gelijk te maken. Dit is eigenlijk een heel simpel principe dat helaas vaak bij het ouder worden verloren gaat.
Vrouwen gaan hun buik intrekken en gaan zo de borstademhaling ontwikkelen en mannen leerden tijdens hun militaire dienstplicht dat ze hun buik in moesten trekken en hun borst naar voren en gingen dus ook verkeerd ademen. Ook zonder de dienstplicht is de ‘imponeer’ houding vaak de oorzaak van verkeerd ademen.
Nu is verkeerd maar betrekkelijk, want er zal je weinig van overkomen, maar het is geen optimaal gebruik van de longcapaciteit.

Neus

Bij de gewone ademhaling is de neus belangrijk als filter en voorverwarming van de lucht. (En natuurlijk de reuk)

Mond

Staat toch meestal open bij het zingen en dan kan de inademing heel snel. Nadeel is het krijgen van een droge mond, zodat afwisseling indien mogelijk bij langere rusten in de muziek wel wenselijk blijft

Buik

Het controle middel of de adem wel ‘laag’ zit. Zingen met een hand op de buik geeft vaak steun en richting aan de adem. Natuurlijk zitten de longen niet in de buik, maar door de bewegingen van het middenrif beweegt de buik wel actief mee in de ademhaling.

Flanken

Voor al belangrijk bij de uitademing. Ademsteun voel je vaak het beste door te controleren of je flanken ‘uit’ blijven staan.

Ademsteun

Hele boekwerken kun je er op naslaan omdat het een veel besproken en onderzocht onderwerp is, maar heel simpel gezegd komt het op het volgende neer:
Het gevoel / de steun / de kracht waarop de toon gemaakt
wordt.
Het gebruik van de lucht op een dusdanige manier dat je de klank kunt produceren die je wilt.
De zekerheid dat je lucht genoeg hebt om de volle lengte van de frase te kunnen zingen (en misschien zelfs nog lucht overhebt).